Biodiesel en bio-ethanol dragen bij aan het verminderen van het klimaatprobleem door het verlagen van de CO2-uitstoot. Vervuilende uitstoot wordt verminderd dankzij de afwezigheid van lood en het lage zwavelgehalte. Door de biobrandstoffen te mengen met klassieke brandstoffen ontstaat een verbetering van hun verbranding vanwege een hoger zuurstofgehalte. Hierdoor wordt de uitstoot van roet, koolstofmonoxide en vervuilende stoffen gereduceerd.
Biodiesel
Biodiesel is een mengsel van diesel met plantaardige olie die is geproduceerd op basis van planten zoals koolzaad, zonnebloem, soja of oliepalm. Deze olie wordt chemisch omgevormd tot EMHV (methylester op basis van plantaardige olie) die vervolgens met diesel wordt gemengd. De Europese regelgeving staat toe tot 5 volumepercent EMHV in diesel te verwerken. Het gebruik van biodiesel B30 zorgt voor 18% minder CO2-uitstoot en 22% minder roetuitstoot.
Bio-ethanol
Bio-ethanol is een mengsel van benzine met ethanol, een alcohol die wordt geproduceerd door gisting van suiker (suikerbiet of suikerriet) of zetmeel afkomstig van granen (tarwe, maïs, etc.). CITROËN bouwt benzinemotoren die kunnen draaien op brandstoffen waarin maximaal 10% ethanol is verwerkt (brandstof E10). Het gebruik van brandstof E10 vermindert de uitstoot van CO2 (van de bron tot het wiel) met 6%.
Op bepaalde markten (o.a. Brazilië en Zweden) zijn ook auto's beschikbaar die voorzien zijn van FlexFuel-technologie. Dit betekent dat deze auto's kunnen rijden op brandstofmengsels met maximaal 85% ethanol.
CITROËN is zich bewust van de mogelijke spanning tussen de teelt van voedingsgewassen en de teelt van energiebronnen. Daarom volgen wij het onderzoek naar de tweede generatie biobrandstoffen (gebruik van de volledige plant, van biomassa, van algen enz.) op de voet. We willen ervoor zorgen dat onze motoren geschikt zullen zijn voor deze brandstoffen zodra deze industrieel worden geproduceerd. Dat zal naar verwachting rond 2020-2030 zijn.