Verwijzing in seconden
Hero-Image-Geschiedenis-van-Comfort-Deel-2-v2

DE GESCHIEDENIS VAN HET COMFORT VAN CITROËN DEEL 2: INTERIEURCOMFORT

In deze bijzondere periode, waarin iedereen zijn interieur lijkt te herontdekken, keert Citroën terug naar het Citroën Advanced Comfort®-programma. Dit programma is ontworpen om de modellen van Citroën een unieke vorm van comfort te bieden en beschouwt het interieur als dat van een huis.

 

Tijdens elke rit in een Citroën zouden inzittenden zich volgens het programma net zo comfortabel moeten voelen als in hun woonkamer. Het programma is gebaseerd op vier pijlers:

  • Rijcomfort, waarbij het voelt alsof je je in een cocon bevindt
  • Interieurcomfort, met een praktisch en functioneel interieur
  • Gebruiksgemak, met intuïtieve technologie die het leven vereenvoudigt
  • Gemoedsrust, waarbij je een warme en heldere sfeer ervaart

Aan de hand van concrete voorbeelden uit onze geschiedenis willen we deze pijlers uitleggen en herontdekken. In deel 2 gaan we in op het interieurcomfort.

 

Praktisch interieur

 

Praktisch en functioneel interieur

Met het interieuraspect van het Citroën Advanced Comfort®-programma wil Citroën rijden en reizen aangenamer en comfortabeler maken. De ontwikkeling van modellen die maximaal interieurcomfort bieden, loopt als een rode draad door de geschiedenis van Citroën: al decennialang legt Citroën de nadruk op de voordelen van aanpasbare zitopstellingen, maximale zitruimte en zoveel mogelijk opslagruimte.

 

Zitplaats of bagageruimte

Al in 1923 bood de Citroën B2Type de keuze uit extra zitplaatsen óf extra bagagecapaciteit: een vroege poging tot een modulair ontwerp. De C3Type Torpédo was een tweezitter, maar bood een opvouwbare, derde stoel achter de bestuurder.

In 1924 werd de 'Trefle' (klavertjevier) met drie zitplaatsen geïntroduceerd. Die had een vaste, derde zitplaats in het midden achter de twee voorstoelen met opbergruimte een weerszijden. De Traction Avant bood sinds de jaren dertig verschillende zitopstellingen, waaronder een zevenzitter met lange wielbasis en een variant met een opklapbare achterklep.

 

Geavanceerde ontwerpen

Zelfs de Citroën 2CV – de zogenoemde 'basisauto' van het merk – had een geavanceerd ontwerp en een aanpasbare, modulaire cabine. Met uitneembare stoelen, een cabriodak, gemakkelijk af te spoelen vloer en uitschuifbare laadruimte zette de 2CV meer dan een halve eeuw geleden al de toon op het gebied van functionaliteit en modulariteit.

Zowel de Citroën DS als de CX werden verkocht als wagon met slimme zitindelingen voor maximaal interieurcomfort, lang voordat zes- en zevenzitters gangbaar werden. De CX Familiale met drie zitrijen was uniek in zijn segment en het duurde vele jaren voordat de concurrentie aanhaakte.

 

Wetenschap van ergonomie

Citroën produceerde ook een reeks conceptmodellen met interieurcomfort als belangrijkste uitgangspunt, waaronder de bijzondere Citroën Karin concept uit 1980. Veel ideeën die in studiemodellen zijn toegepast, zijn uiteindelijk verwerkt in de productieauto's van Citroën.

Tegenwoordig is de aandacht gericht op de wetenschap van ergonomie en de integratie van modulaire zitopstellingen voor optimale functionaliteit. Citroën is altijd populair geweest bij gezinnen vanwege de focus op gebruiksgemak. Multifunctionele gezinsauto's behoorden de afgelopen jaren ook tot de bestsellers van het bedrijf.

Waar de grootste modellen van Citroën acht of zelfs negen zitplaatsen boden, kwamen de kleinere auto's zoals de ZX en C2 met verschuifbare achterstoelen om meer zitruimte of juist meer bagageruimte te creëren. De C2 bood in 2003 ook meervoudig verstelbare stoelen voor passagiers achterin – een zeldzaamheid in deze klasse.

 

Ingenieuze oplossingen

Citroën wil het leven in de auto gemakkelijker maken met ingenieuze modulariteit, maar opbergruimte is minstens zo belangrijk. Van speciale zakken en buidels, lades onder de stoelen, grote dashboardkastjes en opbergvakken zoals je die verder alleen in een vliegtuig vindt: keer op keer vond Citroën oplossingen voor nóg meer ruimte.

Het slimme 'cabinedenken' van Citroën heeft in de loop der jaren geresulteerd in vele ingenieuze oplossingen. Auto's werden steeds gebruiksvriendelijker door bijvoorbeeld draaibare stoelen voor gemakkelijker in- en uitstappen, verborgen opbergvakken en dashboarddesigns met een geïntegreerd dienblad.

Andere voorbeelden van slimme oplossingen zijn de volledig aanpasbare laadruimte van de 2CV, de uitschuifbare compartimenten in de deurpanelen van de Karin concept en de grote dashboardlade in de CX. Latere GS-modellen waren verkrijgbaar met een uitneembaar dashboardkastje, dat aan het dashboard of de deuren kon worden bevestigd of zelfs als aktetas kon worden meegenomen. Later, in 2003, introduceerde Citroën de C2 met een unieke, tweedelige achterklep met een klein compartiment aan de binnenzijde van de onderste helft om kleine items op te bergen, zodat die niet door de bagageruimte schuiven.

 

Showcars

Met een drietal conceptmodellen dat Citroën onthulde tijdens de Autosalon van Parijs in 1996 ​​– de Coupé de Plage, Berline Bulle en Grand Large – presenteerde het merk andere nieuwe oplossingen om grote sportuitrustingen mee te nemen, zoals surfplanken of ski's, evenals gezinsvriendelijke interieurs met aanpasbare opslagmogelijkheden.

De Citroën Berlingo – de productieversie van de Grand Large – introduceerde de 'Modutop' met maar liefst 170 liter opslagruimte in het plafond, ideaal om allerlei losse spullen op te bergen.

Vandaag de dag gaat Citroën onverminderd door met het ontwerpen en toepassen van slimme interieuroplossingen. In het huidige assortiment van Citroën zijn talloze oplossingen toegepast die het decennialange, slimme 'cabinedenken' van Citroën onderstrepen.

Top